Vanuit Firenze maak ik met mijn kinderen een dagtour naar Bologna.
We lopen twee uur door de stad met een gids van Free Walking Tour Italia. Je betaalt wat je wilt, na afloop.
De gids praatte met zoveel enthousiasme dat het leek alsof het haar eerste tour was.
Ze was blij met haar verdiensten. Ze had zelfs een mobiel pinapparaat bij zich.
Bologna, de stad met drie bijnamen:
La rossa, rood, van de daken.
La grassa, vet, van het eten.
La dotta, geleerd, van de oudste universiteit van Europa.
En dat merk je.
Pleisterwerk in alle tinten rood, oranje en roze.
Overal jongelui, fietsen, terrassen, restaurantjes.
Broodjes mortadella-to-go, etalages vol tortellini, Parmaham en Parmezaanse kazen.
De stad heeft 38 kilometer aan arcades. Portici genoemd. Sinds 2021 op Unesco Werelderfgoedlijst.
Ooit gebouwd als extra woonruimte voor de studenten die hier kwamen studeren.
Er was te weinig plek, dus bouwden ze maar naar voren.
Handig ook voor de handel eronder, winkels, barretjes, tafeltjes buiten.
Altijd schaduw en de paraplu kun je thuislaten.
Bijgeloof en biechten
Onze gids wees naar de bekende scheve toren, Torre Garisenda.
‘Studenten mogen daar pas naar boven als ze zijn geslaagd. Doe je het eerder, dan kun je je diploma wel vergeten’.
Bijgeloof, maar niemand die het risico neemt.
De toren is voor publiek gesloten. Dat lijkt me heel eerlijk gezegd geen slecht idee.
In een van de kerken zagen we een biechtzuil.
‘Als je daar je zonden vertelt, wordt alles vergeven.’ zei de gids.
‘Begin maar met ‘ik heb een pizza Hawaii gegeten.’
De ananaspizza dus.
Aan het eind van de tour vroeg iemand hoe lang ze in Italië lunchen.
De gids glimlachte. ‘Op zondag? De hele middag. Minstens vijf uur. Met de familie.’
Ze aaide over haar buik. ‘Mmmm’.
Tagliatelle al ragù
Zeg nooit spaghetti bolognese. Dat is toeristentaal.
Hier eet je tagliatelle al ragù. Tagliatelle van acht millimeter breed, geen millimeter meer.
Anders heet het pappardelle.
Een echte ragù maak je met ui, wortel en bleekselderij, rundvlees en pancetta, een scheut wijn, wat melk en veel geduld.
Hij moet uren pruttelen. Geen knoflook. Geen kruidenmix. Geen spaghetti.
Hoe eet je tagliatelle al ragù
De pasta gaat door de ragù, tot hij een beetje rood kleurt.
Dan schep je het zo in het diepe bord.
Geraspte Parmezaan erover.
Met de vork in de ene hand draai je de pasta langs de rand.
In de andere hand een stukje brood – als hulp.
En om de laatste restjes saus mee op te peuzelen.
De lepel blijft in de bestekla.
Het mes om pasta te snijden? Achter slot en grendel.