Deze week werk ik als vrijwilliger in Valpromaro, een gehucht in Toscane, de halte vóór het prachtige Lucca. Pelgrims komen hier het eind van de dag binnen druppelen, bezweet, moe, met verhalen en zonder klagen. Sommigen uit Frankrijk, anderen uit Denemarken, Spanje, Bulgarije, Zwitserland en Amerika. Iedereen loopt met hetzelfde doel, naar Rome, maar om een andere reden. Ze doen een wasje, douchen, schrijven in hun dagboek en kruipen voor de open haard. Om 19.30 uur eten we samen. ’s Avonds is het rustig. Pelgrims gaan op tijd naar bed. ’s Morgens ontbijt, sterke koffie, verhalen. Voor acht uur vertrekt men, we maken een foto en zeggen Buon cammino! En dan? De emmer, de mop en poetslappen uit de kast. Schrobben en boenen. Alles blinkt weer. Deze week werk ik samen met Samantha, mijn Italiaanse collega.
Een paar jonge mannen reizen met beperkt budget. Ze zetten hun tentje op in stadsparken, stiekem, net buiten het zicht. Ze kwamen bij ons voor een praatje en voor een stempeltje in hun ‘credentiale’, het pegrimspaspoort. Ze sprongen ook onder de warme douche. Het regende pijpenstelen. ‘Kom gewoon hier slapen’ stelden wij voor. Ze waren dankbaar. ’s Morgens liepen ze verder, met plastic zakken om hun rugzak en benen gebonden, richting Lucca. Een zakje stroopwafels mee uit Nederland.
Pelgrims komen en gaan. We komen voor even elkaars leven binnen. We delen en geven. Ik moet altijd even slikken als ze weer vertrekken. Zij ook.
Note: ivm privacy mogen wij op eigen websites geen herkenbare foto’s van pelgrims posten. Wel van collega’s. Op de foto sta ik met mijn collega Samantha. Uit Sardinië. Eigenlijk uit Turijn, Piemonte. Met haar man besloot ze 6 jaar terug het stadse, luxe en gehaaste leven te verruilen voor een rustiger leven op Sardinië. Met een hond en veel katten.

