Italië strooit kwistig met afkortingen op wijnetiketten: DOC, DOCG., IGT, VdT. Maar wat betekenen ze eigenlijk?
DOC
Denominazione di Origine Controllata. Een keurmerk dat zegt dat de wijn uit een erkend gebied komt, van goedgekeurde druiven en volgens vaste regels gemaakt is. Prima kwaliteit, netjes gecontroleerd.
DOCG
Denominazione di Origine Controllata e Garantita. Idem DOC. Hetzelfde verhaal maar dan met extra garanties. Officiële proevers, verzegelde flessen, een soort wijnpolitie houdt een oogje in het zeil. DOC met een gouden randje.
DOCG zegt meer over de authenticiteit dan de kwaliteit. Voor een paar euro kun je een DOCG Moscato’ d’ Asti scoren bij de buurtsuper. De wijn voldoet aan de eisen van de DOCG. Dat dan wel. Staar je er dus niet op blind.
IGT
Indicazione Geografica Tipica is de ruimdenkende in de Italiaanse wijnwereld. Minder strenge regels, meer speelruimte. Een wijnmaker mag bijvoorbeeld internationale druiven gebruiken. De wijnboer wil graag de succesvolle Merlot aanplanten. Verkoopt ook lekker. Of een speciale blend, of wijn maken buiten de klassieke DOC-zones. Soms betekent dat eenvoudiger wijn maar het kan ook verrassend goed zijn. Veel zogeheten Super Tuscans vielen vroeger onder IGT. Dit keurmerk krijg je vanzelf as de regels niet zo nauw neemt.
In Piemonte bestaan geen IGT wijnen.
VdT
Vino da Tavola is tafelwijn. Zonder herkomst vermelding. Geen keurmerk, geen garantie. Soms bedoeld voor snel en simpel drinkplezier, soms verdacht goedkoop in de supermarkt. En heel soms een pareltje van een hobbyboer. Of van een hele goede wijnboer die geen zin heeft in alle rompslomp en doet wat híj́ goed vindt.
VdT bestaat niet in Piemonte.
Classico, Superiore, Riserva
Classico : uit het hart van het gebied. De oudste en vaak beste wijngaarden.
Superiore : strengere regels, iets meer alcohol en concentratie.
Riserva : langere rijping, meer diepte, meer gelaagd.















