Piemonte heeft van alles wat. Zomerhitte, winterkou, regenbuien en sneeuw. Semi-landklimaat noemen ze dat. Klinkt o.k. wel , maar in de praktijk betekent het in de zomer puffen, in de winter rillen, en tussendoor af en toe alles tegelijk. Gelukkig zijn de wegen snel sneeuwvrij, want de lokale sneeuwschuivers zijn heel snel.
Je eigen pad naar je (vakantie)huis, dat mag je zelf doen.
Zomer?
Het kan echt heet worden. Gewoon langzaam bewegen, veel water drinken en schaduw zoeken. Tussen twaalf en vier blijf je beter binnen. Draag luchtige kleding, doe een hoedje op en stop een waaier in de tas. En factor 30.
Winter?
Geen probleem. Dikke sokken, dikke trui, dikke muts. In Piemonte krijg je er nog een sjaal bij ook, want stijlvol blijven ze altijd. De haard gaat aan of de vuurkorf buiten. Kaarsje erbij, polenta op tafel. Soms een truffel. Gezelligheid genoeg.
Regen?
Denk niet aan een Hollands buitje. Hier kan het plenzen. Dan zeggen ze gewoon pazienza of piano piano. Kop koffie of glas wijn erbij en wachten tot de zon weer zin heeft. Vaak duurt dat niet lang.
In de hogere delen, zoals de Alta Langa, is het frisser en ligt er vaker sneeuw. De bewoners zijn het gewend. In de zomer zitten ze lekker in de schaduw van hun dikke muren. In de winter drinken ze koffie met vijf lagen kleding aan, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Over het weer wordt veel gepraat. Maar klagen? Nee, dat laten ze graag aan toeristen over. Al moet ik eerlijk zeggen, afgelopen zomers hoorde ik toch best vaak ‘pffff… che caldo’. Dat herhalen ze dan ook non -stop. Ja, heet is heet.

















