Wie nu door de rijstvelden van Piemonte rijdt, ziet vooral stilte. Lege schuren, een tractor. Maar vroeger klonk hier gezang. Honderden vrouwen werkten met hun voeten in het water, gebogen over jonge rijstplanten. Ze zongen om het ritme vol te houden. Nu gaat het oogsten machinaal.
Mondina’s
Ze werden mondina’s genoemd. Vrouwen uit het zuiden of uit de bergen, arm, taai, jong. Ze werkten op het land in de hitte, in het water, omgeven door muggen en bloedzuigers. Ongehuwde vrouwen zonder kinderen deden het zwaarste werk. Dagenlang gebukt, met blote benen in de modder. Ze sliepen op zaal (zie foto), soms in een bed, vaak op stro. En heel bijzonder voor die tijd, een eeuw terug, ze gingen staken! Ze wisten dat ze ‘schaars goed’ waren en gebruikten hun positie. Dankzij hen kwam er de 8-urige werkdag.
Hun verhaal kreeg een gezicht in de filmklassieker Riso Amaro (1949), met Silvana Mangano als zwoele mondina in de hoofdrol. De film was rauw en sensueel tegelijk. Het was niet alleen een sociaal drama, het was ook het begin van een nieuwe mode. De korte broek die Mangano droeg, bekend als hotpants, werd plots een modieus symbool. Ooit ontstaan uit noodzaak.
Maar achter het filmbeeld zat echte strijd. De mondina’s zongen liedjes als ‘Se otto ore vi sembran poche’ (als acht uur werken je weinig lijkt) en eisten respect. Vandaag zie je hun gezichten op vergeelde foto’s, knielend in de modder, roepend en lachend tegelijk.















